donderdag 13 december 2012

Mid-East Prophecy Update - December 9th, 2012


Dit zijn de bijbelteksten waarnaar Pastor JD verwijst. Hij denkt dat ze misschien zeer binnenkort en heel snel achter elkaar vervuld kunnen worden. Als bijvoorbeeld Syrie Isarel aanvalt met chemische wapens is het mis. Of/en als de landen van het moslimbroederschap Israel aanvallen.

Vreemd trouwens dat de Westerse landen het moslimbroederschap in het zadel helpen? En 20 gevechtsvliegtuigen en 200 tanks van Amerika voor Egypte? Die wapens kunnen tegen Israel ingezet worden? Amerika was toch de grote bondgenoot van Isarel? Wat is er aan de hand? Is het de (nog) onzichtbare hand van de anti christ achter de schermen?

Jesaja 17:1-3 Profetie over Damascus en Efraïm
1 De Godsspraak over Damascus.
Zie, Damascus wordt weggenomen, zodat het geen stad meer is: het wordt een puinhoop, een bouwval. 2 Verlaten liggen de steden van Aroër, zij zijn voor de kudden, die er legeren zonder dat iemand ze opschrikt. 3 Dan verdwijnt de vesting uit Efraïm en het koningschap uit Damascus en de rest van Aram; het zal met hen gaan als met de heerlijkheid der Israëlieten, luidt het woord van de HERE der heerscharen.


Jesaja 19 Profetie over Egypte
1 De Godsspraak over Egypte.
Zie, de HERE rijdt op een snelle wolk en komt naar Egypte; dan beven de afgoden van Egypte voor Hem en het hart van Egypte versmelt in zijn binnenste. 2 Dan zal Ik Egyptenaren tegen Egyptenaren ophitsen, zodat ieder van hen strijdt tegen zijn broeder en ieder tegen zijn naaste, stad tegen stad, koninkrijk tegen koninkrijk; 3 en Egypte zal zijn bezinning verliezen en Ik zal zijn voornemen verijdelen. Dan zal men de afgoden vragen, de bezweerders, de geesten van doden en de waarzeggende geesten. 4 En Ik zal Egypte overgeven in de macht van een hardvochtig heer, en een gestreng koning zal daarover heersen, luidt het woord van de Here, de HERE der heerscharen.


Psalmen 83
Gebed om hulp tegen vijanden
 
1 Een lied. Een psalm van Asaf
 
2 O God, houd U niet stil,
zwijg niet en blijf niet werkeloos, o God.
3 Want zie, uw vijanden tieren,
uw haters steken het hoofd op;
4 zij smeden een listige aanslag tegen uw volk
en beraadslagen tegen uw beschermelingen.
5 Zij zeggen: Komt, laten wij hen als volk verdelgen,
zodat aan de naam van Israël niet meer wordt gedacht.
6 Want zij hebben eensgezind beraadslaagd,
tegen U een verbond gesloten:
7 de tenten van Edom en de Ismaëlieten,
Moab en de Hagrieten,
8 Gebal, Ammon en Amalek,
Filistea met de inwoners van Tyrus;
9 zelfs Assur heeft zich bij hen gevoegd,
zij zijn de zonen van Lot tot steun. sela


10 Doe hun als Midjan,
als Sisera, als Jabin aan de beek Kison,
11 die bij Endor vernietigd werden,
tot mest werden voor het land.
12 Maak hen, hun edelen, als Oreb en Zeëb,
als Zebach en Salmunna al hun vorsten,
13 die zeiden: Wij willen in bezit nemen
de woonsteden Gods.
14 Mijn God, maak hen als een werveldistel,
als kaf voor de wind.
15 Gelijk een vuur dat het woud verbrandt,
gelijk een vlam die de bergen in laaiende gloed zet,
16 vervolg hen zó met uw storm,
verschrik hen met uw wervelwind;
17 overdek hun aangezicht met schande,
opdat zij uw naam zoeken, o HERE.
18 Laten zij voor immer beschaamd en verschrikt worden,
schaamrood worden en te gronde gaan,
19 opdat zij weten, dat alleen uw naam is: HERE,
de allerhoogste over de ganse aarde.


Zacharia 12 Belegering en bevrijding van Jeruzalem
1 Godsspraak, het woord des HEREN, over Israël.
Aldus luidt het woord van de HERE, die de hemel uitspant en de aarde grondvest, en de geest des mensen in diens binnenste formeert. 2 Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. 3 Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen.
 
4 Te dien dage, luidt het woord des HEREN, zal Ik alle paarden treffen met verbijstering, en hun berijders met krankzinnigheid; over het huis Juda zal Ik mijn ogen openhouden, doch alle paarden der natiën zal Ik treffen met blindheid. 5 Dan zullen de stamhoofden van Juda bij zichzelf zeggen: Een sterke macht zijn mij de inwoners van Jeruzalem door de HERE der heerscharen, hun God. 6 Te dien dage zal Ik de stamhoofden van Juda maken als een vuurbekken tussen het hout, en als een vuurfakkel tussen de garven; dan zullen zij rechts en links alle natiën in het rond verteren; en Jeruzalem zal blijven voortbestaan op zijn eigen plaats, te Jeruzalem. 7 Ook zal de HERE de tenten van Juda allereerst verlossen, opdat de trots van het huis van David en van de inwoners van Jeruzalem zich niet verheffe tegen Juda. 8 Te dien dage zal de HERE de inwoners van Jeruzalem beschutten, en wie onder hen struikelt, zal te dien dage zijn als David, en het huis van David als God, als de Engel des HEREN voor hun aangezicht. 9 Te dien dage zal Ik zoeken te verdelgen alle volken die tegen Jeruzalem oprukken. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten